Belastingplan 2027: welk ondernemerschap willen we eigenlijk stimuleren?

Het koffertje is weer open. Tarieven veranderen, aftrekposten verdwijnen en nieuwe regelingen worden aangekondigd.
Maar tussen al die fiscale wijzigingen zit wat ons betreft een interessantere vraag:
Welke economie probeert Nederland eigenlijk te bouwen?
Die vraag is relevant, omdat de economische diagnose behoorlijk duidelijk is.
Voor 2027 wordt een economische groei van 1,2% verwacht. De loonvoet bij bedrijven stijgt tegelijkertijd naar verwachting met 4,4%, terwijl de arbeidsproductiviteit met 1,2% groeit. Op langere termijn verwacht de Raad van State dat de economische groei verder terugloopt. Tegelijkertijd nemen de financiële opgaven rond onder meer zorg, sociale zekerheid, defensie en energie toe.
Met andere woorden: met alleen harder werken gaan we het waarschijnlijk niet redden.
We zullen vooral slimmer moeten werken.
Er gebeurt wél iets
Wie alleen naar enkele belastingmaatregelen kijkt, kan gemakkelijk concluderen dat ondernemers vooral moeten inleveren. Dat beeld is te eenvoudig.
Het kabinet zet namelijk behoorlijk in op toekomstig verdienvermogen.
Voor de Nationale Investeringsinstelling wordt €3,3 miljard beschikbaar gesteld. Daarnaast komt €500 miljoen voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie, €375 miljoen voor een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds en €120 miljoen voor Nederlandse deelname aan Europese samenwerking rond AI. Ook wordt structureel €428 miljoen per jaar extra geïnvesteerd in onderzoek en kennis.
Ook bestaande innovatie-instrumenten zijn aanzienlijk. De WBSO heeft in 2026 een budget van €1,8 miljard. Bijna 19.000 ondernemingen maakten er in 2025 gebruik van en 97% daarvan behoort tot het MKB. Vooral het aantal projecten rond AI groeide sterk.
En ook fiscaal zijn er positieve maatregelen. Zo stijgt de Energie-investeringsaftrek van 40% naar 45% en wordt het forfaitaire maximum binnen de innovatiebox voor het MKB verruimd van €25.000 naar €100.000.
Er is dus zeker sprake van een investeringsagenda.
Maar wie bereikt die agenda?
Daar begint voor ons de interessante vraag.
De WBSO is een belangrijk instrument voor een onderneming die zelf nieuwe technologie ontwikkelt. De Nationale Investeringsinstelling is juist bedoeld om de beschikbaarheid van financiering voor innovatieve ondernemingen en groeibedrijven te vergroten.
Maar een groot deel van het Nederlandse MKB ontwikkelt helemaal geen nieuwe technologie.
Het gebruikt technologie.
Denk aan het productiebedrijf dat twee robots wil plaatsen. Een groothandel die AI wil inzetten voor voorraadbeheer. Een bouwbedrijf dat calculatie en planning automatiseert. Of een dienstverlener die administratieve processen grotendeels wil digitaliseren.
Ook bij deze bedrijven kan toepassing van bestaande technologie bijdragen aan een hogere arbeidsproductiviteit.
En juist de vertaalslag van technologische ontwikkeling naar brede toepassing in het MKB is in de huidige plannen minder zichtbaar.
Wat verandert er concreet?
Naast de grote investeringsagenda verandert er in 2027 en de jaren daarna behoorlijk wat voor ondernemers, werkgevers, werknemers en vermogenden. Daarbij zijn er zowel verlichtingen en stimulansen als versoberingen en lastenstijgingen.
- Investeren en innovatie: de EIA stijgt van 40% naar 45%, de innovatiebox voor het MKB wordt verruimd van €25.000 naar €100.000 en miljarden worden beschikbaar gesteld voor innovatie, financiering en kennis.
- Reiskosten: de maximale onbelaste kilometervergoeding stijgt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 van €0,23 naar €0,25 per kilometer. Dit geldt ook voor IB-ondernemers en resultaatgenieters voor de relevante zakelijke kilometers.
- Brandstof: de accijnskorting op benzine en diesel wordt volgens het voorstel verlengd tot eind 2027. Daarmee komt de accijns in 2027 uit op ongeveer €0,85 per liter benzine en €0,55 per liter diesel. Zonder verlenging zou dat ongeveer €1,03 respectievelijk €0,67 zijn.
- Youngtimers: de eerder voorziene verhoging van de leeftijdsgrens naar 25 jaar in 2027 wordt verzacht. Volgens het nieuwe voorstel geldt de regeling vanaf 2027 vanaf 17 jaar en vanaf 2028 vanaf 20 jaar. De youngtimerbijtelling blijft 35% over de waarde in het economisch verkeer.
- Woningen voor verhuur of ander niet-eigen gebruik: de overdrachtsbelasting daalt volgens het voorstel van 8% naar 7% in 2027.
- Inkomen uit arbeid: het voorgestelde koopkrachtpakket verhoogt de arbeidskorting met €173 en verlaagt de tarieven in de eerste en tweede schijf beide met 0,06 procentpunt. Daartegenover wordt de inkomensgrens waarop het hoogste tarief begint niet aangepast.
- Zelfstandigenaftrek: deze daalt volgens het al eerder vastgelegde afbouwpad van €1.200 in 2026 naar €900 in 2027.
- Startersaftrek: het nieuwe voorstel verlaagt deze van €2.123 naar €10 in 2027, waarna de regeling vanaf 2028 verdwijnt. Ook de willekeurige afschrijving voor starters moet vanaf 2028 verdwijnen.
- Meewerk- en stakingsaftrek: ook deze ondernemersfaciliteiten worden fors versoberd en vervolgens afgeschaft.
- Werkgevers en personeelsregelingen: de afzonderlijke belastingvrije personeelskorting op producten uit het eigen bedrijf verdwijnt. Tegelijkertijd stijgt de algemene vrije ruimte van de WKR tot een loonsom van €400.000 vanaf 2027 van 2% naar 2,16%.
- Auto van de zaak: voor fossiele personenauto’s die werkgevers vanaf 2027 nieuw ter beschikking stellen en die ook voor privé- of woon-werkverkeer worden gebruikt, geldt de eerder aangenomen pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde per jaar. Voor bestaande situaties geldt overgangsrecht.
- Werkgeverslasten: de Aof-premie wordt in 2027 verhoogd. De Raad van State plaatst daar een kritische kanttekening bij, omdat de verhoging niet voortkomt uit hogere arbeidsongeschiktheidsuitgaven maar wordt gebruikt binnen de bredere begrotingsopgave. De Raad merkt daarbij op dat werkgevers de premie afdragen, maar dat naar schatting 75% economisch uiteindelijk bij werknemers terechtkomt.
- Pensioen bij hogere inkomens: de grens tot waar fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd blijft van 2027 tot en met 2032 staan op €137.800. Volgens het kabinet raakt dit circa 280.000 mensen in 2027 en, door loonstijgingen, naar verwachting circa 790.000 mensen in 2032.
- Jeugdloon: vanaf 2027 stijgen de minimumjeugdloonpercentages voor 16- tot en met 20-jarigen. Voor werkgevers die relatief veel jonge medewerkers inzetten betekent dit hogere loonkosten; voor die werknemers uiteraard een hoger minimumloon.
- Sectorale maatregelen: onder meer de belasting op drinkwater stijgt, de alcoholaccijns gaat jaarlijks met de inflatie meestijgen en vanaf 2028 wordt voorgesteld het btw-tarief op sierteelt van 9% naar 21% te verhogen. Deze maatregelen raken sommige sectoren aanzienlijk sterker dan het gemiddelde bedrijf.
Dat overzicht maakt vooral duidelijk dat er niet één simpele beweging is.
Er wordt gericht geïnvesteerd en op onderdelen worden lasten verlicht, terwijl op andere plekken fiscale faciliteiten verdwijnen of lasten toenemen.
In breder perspectief berekent het CPB volgens de Raad van State dat het overheidsbeleid in 2027 per saldo leidt tot ongeveer €6 miljard beleidsmatige lastenverzwaring. Daarvan heeft €5,8 miljard betrekking op arbeid. Dat is nadrukkelijk niet hetzelfde als €5,8 miljard extra lasten voor werkgevers; het gaat om de beleidsmatige lastenontwikkeling op arbeid in brede zin.
Tien euro startersaftrek
Binnen dat grotere geheel springt de startersaftrek toch in het oog.
Die bedraagt nu €2.123 en wordt in het voorstel voor 2027 teruggebracht tot €10, om vervolgens helemaal te verdwijnen.
Tien euro.
Je kunt inhoudelijk prima discussiëren over de vraag of de startersaftrek doelmatig is. Fiscale regelingen die onvoldoende doen waarvoor ze bedoeld zijn, kunnen opnieuw worden beoordeeld.
Van een substantiële financiële stimulans voor startend ondernemerschap is bij een aftrek van €10 echter nauwelijks nog sprake.
De Raad van State plaatst daarbij een bredere kanttekening. Van de 124 geëvalueerde fiscale regelingen zijn er 55 negatief beoordeeld, met een gezamenlijk budgettair beslag van ongeveer €90 miljard. De Raad vindt het positief dat negatief geëvalueerde regelingen worden aangepakt, maar vindt onvoldoende inzichtelijk waarom juist bepaalde regelingen worden aangepast en andere niet.
Van ‘ondernemer zijn’ naar ‘gericht investeren’
Misschien is hier een bredere beleidsverschuiving zichtbaar.
Generieke fiscale faciliteiten voor ondernemers worden kleiner of verdwijnen, terwijl ondersteuning sterker wordt gekoppeld aan specifieke activiteiten en doelen.
Innoveert u? Dan is er WBSO.
Investeert u in energiebesparing? Dan is er EIA.
Bent u een innovatieve startup of scale-up? Dan ligt er een specifieke regeling voor werknemersopties.
Heeft u een innovatief groeibedrijf waarvoor financiering lastig beschikbaar komt? Dan moeten nieuwe investeringsinstrumenten een rol gaan spelen.
Dat laat een andere benadering van ondernemingsbeleid zien: minder generiek ondersteunen op basis van ondernemerschap alleen, en meer gericht stimuleren van activiteiten die bijdragen aan innovatie, verduurzaming of economische groei.
Dat roept vervolgens de vraag op:
Wordt het brede MKB voldoende geholpen om mee te bewegen?
De grootste productiviteitsslag vindt misschien niet in een laboratorium plaats
Innovatie wordt gemakkelijk geassocieerd met chips, biotech, kunstmatige intelligentie en startups.
Maar productiviteitsgroei kan óók ontstaan wanneer een metaalbedrijf met een robot hetzelfde werk efficiënter uitvoert. Wanneer een transporteur zijn planning automatiseert. Of wanneer een administratiekantoor AI inzet om repeterend werk weg te halen.
Dat zijn misschien geen baanbrekende uitvindingen.
Maar wanneer bestaande technologie op grote schaal door bedrijven wordt toegepast, kan ook daarvan een belangrijk productiviteitseffect uitgaan.
De Raad van State noemt investeringen in machines, infrastructuur, ICT, onderwijs, onderzoek en ontwikkeling én een goed investeringsklimaat als belangrijke factoren voor productiviteitsgroei. De Raad constateert tegelijkertijd dat de voorstellen volgens haar nog niet op alle punten overtuigend aansluiten op de structurele economische analyse.
De vraag gaat daarom niet alleen over het ontwikkelen van technologie.
Maar ook over het toepassen ervan.
Investeren vraagt ook zekerheid
Daarbij speelt meer dan de beschikbaarheid van subsidies, aftrekposten of financiering.
Uit de PrinsjesdagPeiling van VNO-NCW en MKB-Nederland onder 3.473 ondernemers en bestuurders blijkt dat bijna de helft verwacht investeringen in het komende jaar uit te stellen. Wisselend overheidsbeleid wordt door de respondenten als belangrijkste reden genoemd. Ook werkgeverslasten, het stelsel rond ziekte en arbeidsongeschiktheid, netcongestie, trage vergunningverlening en regeldruk worden als belemmeringen genoemd.
Dat onderzoek is uitgevoerd in opdracht van ondernemersorganisaties en moet ook vanuit die context worden gelezen. Het signaleert wel een factor die bij investeringsbeleid gemakkelijk onderbelicht raakt: investeringszekerheid.
Een ondernemer moet een investering kunnen financieren.
De investering moet voldoende rendement kunnen opleveren.
Maar bij investeringen met een looptijd van jaren speelt ook mee of een ondernemer voldoende vertrouwen heeft in de omstandigheden waaronder die investering moet renderen.
Een goed investeringsklimaat draait daarom niet alleen om subsidies en fiscale voordelen, maar ook om voorspelbaarheid, beschikbare energie en netcapaciteit, vergunningverlening, infrastructuur en regeldruk.
Maatschappelijk belang én ondernemersbelang
Als accountantskantoor staan we daarin niet simpelweg aan één kant.
Belastingen zijn nodig. Gezonde overheidsfinanciën zijn nodig. Ineffectieve fiscale regelingen mogen ter discussie staan. En investeren in wetenschap, technologie en strategische bedrijven is van belang voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland.
Maar wij werken iedere dag met ondernemers.
Daarom vinden we het ook relevant om de andere kant van de vraag te blijven stellen:
Krijgen ondernemers voldoende ruimte, prikkels én zekerheid om daadwerkelijk te investeren, groeien en productiever te worden?
Want uiteindelijk moeten veel van de economische ambities uit de Miljoenennota worden waargemaakt op de werkvloer van bedrijven.
Wanneer iemand een robot koopt.
Een nieuwe medewerker aanneemt.
AI implementeert.
Een bedrijf uitbreidt.
Of überhaupt besluit een onderneming te beginnen.
Niet alleen bij de bedrijven van morgen.
Ook bij de bedrijven die er vandaag al zijn.
Nog lang niet definitief
Tot slot een belangrijk voorbehoud: het Belastingplan 2027 bestaat op dit moment uit voorstellen.
De Tweede en Eerste Kamer moeten de verschillende wetsvoorstellen nog behandelen. Tijdens die behandeling kunnen de maatregelen wijzigen. Pas na instemming van beide Kamers zijn de plannen definitief.
De precieze uitkomst kennen we dus nog niet.
Maar ook voorstellen zeggen iets.
Ze laten zien waar het kabinet op dit moment de oplossingen zoekt.
En dat maakt de vraag misschien juist nu interessant:
Welk ondernemerschap willen we in Nederland stimuleren?
Veelgestelde vragen
Meer weten? Neem contact op
Ondernemers verder helpen met de nieuwste belastingregels als Belastingadviseur. Daar krijg jij energie van.
Herken je dat? Wij zoeken collega’s die vooruit kijken in plaats van terug.
Bekijk onze vacature belastingadviseur.
Bekijk onze andere blogs
Wanneer is een aankoop een investering?
Een laptop van 1.500 euro komt op de balans, een telefoon van 1.100 euro niet. Toch liggen de bedragen dicht bij elkaar. Niet de prijs bepaalt of iets een investering is, maar drie voorwaarden waarvan de levensduur de belangrijkste is. Plus onderhoud, verbetering en afschrijven op vastgoed.
Investeringsaftrek: vier regelingen en één datum die alles bepaalt
Een ondernemer kocht zonnepanelen, meldde het netjes toen de factuur kwam, en liep de aftrek toch mis. De termijn van drie maanden begint namelijk bij je handtekening. Een overzicht van KIA, MIA, EIA en VAMIL, en van de desinvesteringsbijtelling die je aftrek later weer kan kosten.
Belasting uitstellen bij een investering: kan dat, en is het slim?
Er zijn twee manieren om de belasting rond een investering naar achteren te schuiven. De herinvesteringsreserve en, voor startende ondernemers, willekeurig afschrijven. Beide klinken aantrekkelijk. Minder belasting nu, dat wil iedereen. Ontdek of het voor jou de moeite waard is.